De einder groen, de ruimte gratuit

/
Turnhout is een onopvallende stad in het centrum van de Belgische Kempen. Grappig genoeg is juist in het meest groene deel van het stadscentrum af te lezen waarom deze veertigduizend inwoners grote nederzetting al achthonderd jaar een stad is. In de groene lusthof van de Warande staat namelijk het kasteel van de Hertogen van Brabant die Turnhout in 1212 stadsrechten verleenden. Behalve het kasteel – nu het stadshuis is van de zelfbenoemde hoofdstad van de Kempen – staat hier ook het daarmee detonerende betonnen Cultureel Centrum uit 1972, dat Turnhout tot cultureel centrum maakte van de regio.

Stadslandbouw vergt integratie

/
Stadslandbouw is een trend in de stedenbouw. In steden als Rotterdam en Arnhem zijn stedelijke plekken geannexeerd voor guerrilla gardening door enthousiastelingen die een economische, sociale, culturele en duurzame toekomst zien in landbouw in de stad. De reacties zijn wisselend, van een cynisch afwijzen van stadslandbouw omdat die geen rol van betekenis speelt in de voedselvoorziening tot een idealistische hoop dat die stadslandbouw de stad enorm kan verrijken.

Departement ‘Tijdelijke Ordening’

/
Vier Arnhemmers – de architecten Peter Groot, Steve Swiggers en Edwin Verdurmen en adviseur Christiaan Holland – hebben zich verenigd in het Departement Tijdelijke Ordening om een netwerk op te zetten van enthousiaste en creatieve stedelingen die tijdelijk gebouwen, straten en pleinen leven weten in te blazen met clubs, tuinen, concerten of restaurants. Eigenlijk werken ze daarmee geheel volgens de lijn die de auteurs van Urban Catalyst volgen, namelijk inventariseren welke plekken in de stad niet gebruikt worden, aan welke gebouwen of plekken behoefte is voor nieuwe initiatieven, en vraag en aanbod bij elkaar brengen.

Praktisch dromen

/
Er wordt veel gesproken over het tijdelijk gebruik van plekken in de stad, vaak om een stad efficiënter te gebruiken en ondernemerschap te stimuleren. Maar al in de introductie van het boek Urban Catalyst wordt duidelijk dat stadsbestuurders geen dollartekens in de ogen moeten krijgen en denken dat het tijdelijk gebruik van stedelijke ruimtes een lekkere oppepper is voor de creatieve economie. ‘Tijdelijk gebruik onderbrengen onder de noemer “creatieve economie” betekent ook dat alleen de ondernemende tijdelijke gebruikers erkend en ondersteund worden. Maar efficiency is niet het doel van alle tijdelijke gebruikers.” Het geeft maar aan dat de auteurs best willen dromen over de nieuwe trend van tijdelijk gebruik, maar vooral aangenaam praktisch blijven.

Structuurplannen ingehaald door realiteit

/
Het is natuurlijk helemaal geen gekke gedachte, om achteraf eens goed door te rekenen welke doelen uit de structuurplannen van overheden nu eigenlijk gehaald zijn. Maar als je kijkt naar het boek Structuurplannen en werkelijkheid in 2005 dat Joop Nicolai schreef over Lelystad, dan moet je al snel concluderen dat rekenen alleen geen helder beeld schetst van de werkelijkheid. Nicolai geeft in ingenieurstaal een sterk staaltje kwantitatieve analyse ten beste, maar een argeloze lezer raakt in alle cijfers en opsommingen regelmatig de weg kwijt.

Stadslandbouw vergt integratie

/
Stadslandbouw is een – niet zo'n – nieuwe trend in de stedenbouw. In steden als Rotterdam en Arnhem zijn stedelijke plekken geannexeerd door guerrilla gardening door enthousiastelingen die een economische, sociale, culturele en duurzame toekomst zien in landbouw in de stad. De reacties zijn wisselend, van een cynisch afwijzen van de stadslandbouw omdat die geen rol van betekenis speelt in de voedselvoorziening tot een idealistische hoop dat diezelfde stadslandbouw de stad economisch, sociaal en cultureel versterkt.

Bodem als basis

/
Een interessante indeling van de landschappen van Nederland geven de wetenschappers in het boek Landschappen van Nederland, zeker als je die vergelijkt met het boek Natuur in Nederland van ecoloog Frank Berendse. Die onderscheidt tien landschapstypen op basis van de ecologie, terwijl de auteurs van Landschappen van Nederland zand-, löss-, rivieren-, veen-, zeeklei- en kustlandschappen onderscheiden. Dat maakt wel duidelijk welk onderwerp in het boek centraal staat: de bodem. Het boek gaat dan ook vooral over de geologie, de geomorfologie en de bodem van Nederland.