Koken uit de kloostertuin

Kloosterburen versus de krimp

Kloosterburen kampt met krimp. De bewoners gaan hun kerk en kloosterboerderij gebruiken om wonen, werken, zorg en toerisme met elkaar te verbinden. Zo zullen zij de leefbaarheid van het dorp versterken.

Tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed april 2015

In het Groningse dorp Kloosterburen, niet ver van de Waddenzee, stond in de middeleeuwen een klooster. Hiervan zijn slechts enkele onderdelen gespaard gebleven. Gemeente De Marne, waartoe Kloosterburen hoort, zag haar inwonertal sinds 1985 dalen tot ongeveer elfduizend. Naar verwachting zullen daar in 2040 slechts achtduizend mensen van over zijn. Daarom heeft de gemeente enkele ‘kerndorpen’ aangewezen, waar voorzieningen als winkels, scholen en huisartsen in stand blijven. Kloosterburen hoort daar niet bij. Maar de zeshonderd dorpsbewoners nemen het heft in handen.

Deze luchtboto laat mooi zien hoe centraal het klooster in Kloosterburen ligt. (Bron: https://www.facebook.com/sintjankloosterburen en http://sintjankloosterburen.blogspot.nl/)

Deze luchtboto laat mooi zien hoe centraal het klooster in Kloosterburen ligt. (Bron: https://www.facebook.com/sintjankloosterburen en http://sintjankloosterburen.blogspot.nl/)

‘Voor ons staat erfgoed gelijk aan de identiteit van de plek’, legt Anne Hilderink van Stichting SintJan uit. ‘Datgene wat van waarde is, gaan wij duurzaam met elkaar verbinden. De rijksmonumentale hervormde kerk uit 1843 wordt het dorpscentrum voor zorg en samenzijn. De kloostertuin zal groente en fruit leveren. En de kloosterboerderij uit de zeventiende eeuw wordt een overdekt dorpsplein met kleine bedrijfjes, waaronder een theeschenkerij. Daar zullen toeristen streekproducten kunnen kopen, hebben “zorgcliënten” hun dagbesteding en gaan we met groente uit de kloostertuin koken voor mensen die dat niet zelf kunnen of willen.’ In 2015 richten de bewoners dankzij de inzet van SintJan een dorpscoöperatie op om deze ontwikkeling te waarborgen.

Internationaal onderzoek

De ambities sluiten goed aan bij de uitkomsten van een internationaal onderzoek naar de rol van erfgoed in zogeheten krimpgebieden, dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vorig jaar organiseerde. Uit de buitenlandse ervaringen komen vier strategieën naar voren. Erfgoed kan gebruikt worden als ‘uithangbord’ om toeristen en nieuwe bewoners te trekken, als ‘voedingsbodem’ om pioniers te werven, als ‘totempaal’ om bewoners houvast en identiteit te geven, en als ‘ontmoetingsplaats’ om bewoners met elkaar te verbinden. Kloosterburen zet alle vier de strategieën in. Waar de kerk totempaal en ontmoetingsplaats is, zal de kloosterboerderij dienen als uithangbord en voedingsbodem. Alles in eigen hand, benadrukt Anne Hilderink: ‘We willen graag zelf de regie houden.’

Kloosterburen is een voorbeeld voor andere krimpgebieden, vindt zij. ‘Als je zaken op de traditionele manier oppakt, van gebouw tot gebouw, van probleem naar probleem, kom je er niet in een krimpgebied. Door zaken in samenhang aan te pakken creëer je nieuwe vitaliteit en kwaliteit. Zo wordt de zorg verbonden met een goede plek, met waardevolle monumenten en met goed voedsel. Het is essentieel dat je in ketens denkt, in verbindingen. Juist in krimpgebieden. Voor die integrale aanpak willen we graag erkend worden. Maar we merken dat we slechts een “leefbaarheidsetiket” krijgen en niet gezien worden als gebiedsontwikkeling met bijbehorende investering. Onlangs heeft architect Moriko Kira de plannen van Kloosterburen als voorbeeld ingebracht bij de universiteit van Kobe. Japan is koploper als het om krimp op het platteland gaat. SintJan formuleert hier een antwoord op. 25 Japanse studenten onderzoeken nu hoe wij het aanpakken. Dat zegt wel iets.’

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.