Winkelstrip wordt drager van optimistische wijkgedachte

Winkelcentra in naoorlogse wijken kampen met leegstand en verloedering, maar kunnen evengoed gebruikt worden om de wijken nieuw leven in te blazen. Dat bleek tijdens de prijsuitreiking van de door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed georganiseerde prijsvraag over de herbestemming van zulke winkelcentra. De winnaars van de prijsvraag zien het winkelcentrum als banenmotor.

Blog voor Jaar van de Ruimte 7 juli 2015

Ontwerpers, historici, ontwikkelaars, woningcorporaties, kunstenaars, coaches, herbestemmingsspecialisten, ambtenaren, enzovoorts: er liep een breed palet aan deskundigen rond op de prijsuitreiking van de prijsvraag over de herbestemming van naoorlogse. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed had voor de prijsvraag ‘Werk aan de winkel!’ meer dan negentig inzendingen gekregen. Op vrijdag 19 april konden de vijftien daaruit verkozen genomineerden hun ontwerp pitchen in de Rotterdamse Doelen, maar vooral ook hun ideeën over de herbestemming van naoorlogse winkelstrips uitwisselen.

Optimistische wijkgedachte

Naoorlogse winkelcentra hebben het moeilijk. Veel winkels staan leeg en de naoorlogse wijken hebben zelf hun eigen sociale en culturele problemen. Iedereen kent ze wel, de flatgebouwen uit de wederopbouw met op de begane grond de strip met winkelpanden. De winkels hebben allemaal hetzelfde formaat, dat geschikt is voor zowel bakker, groenteboer, slager als sigarenzaak, en vormen visueel een winkelcentrum dankzij de overkapping die de klanten vrijwaart van regen. Veel etalages zijn nu ongebruikt, en maken deel uit van de 2,75 miljoen vierkante meter winkelruimte die leeg staat.

Het is extra zuur dat juist de naoorlogse winkelstrips het zo moeilijk hebben, want ze kennen een zeer optimistische begin. De naoorlogse wijken werden namelijk gebouwd als nieuwe en levendige wijken buiten de stadscentra, en de winkels zouden daarvan het even levendige centrum moeten vormen. Volgens deze ‘wijkgedachte’ zouden buiten stadscentra wijken gebouwd kunnen worden van zo’n twintigduizend mensen, inclusief de daarbij horende winkelvoorzieningen.

Winkelstrip als banenmotor

Deze optimistische wijkgedachte werd in alle ontwerpen van de vijftien genomineerden opgepakt. Lidwine Spoormans en Monique Smit van Studio LS leende het idee voor hun ontwerp van ‘Boijmans in de buurt’ zelfs direct uit een van de belangrijkste inspiratiebronnen voor de wijkgedachte, het boek ‘De stad der toekomst, de toekomst der stad’. “Bovendien is het gewenst dat het Museum, dat in het centrum ligt, meer dan tot dusverre het geval was zijn collecties naar verschillende wijken brengt”, stond daarin. Voor Studio LS was dit de inspiratie om winkels in de Rotterdamse wijken Pendrecht, Overschie en IJsselmonde te gebruiken als ‘toonkamer’ van Museum Boijmans van Beuningen.

De ontwerpteams hadden veel aandacht voor de sociale, culturele en economische gevolgen van de omvorming van de winkelstrips, en dus ook voor het maatschappelijke proces dat nodig was om de herbestemming van de winkels tot een goed einde te brengen. De winnaars, herbestemmingsspecialist Sander Gelinck van id&dn en de architecten Ernst Haagmans van ErnstArchitect en van dNArchitectuur, pakten twee winkelstrips in de Utrechtse wijk Oog in Al op als banenmotor.

Sociaal, cultureel en economisch verdienmodel

In de inzending ‘De buurtwinkel als banenmotor’ koppelden het ontwerpteam de herbestemming van de winkelstrips aan veranderingen in het beroepsonderwijs. Onderwijsinstellingen maken steeds vaker afspraken met bedrijven en organisaties om hun studenten in de praktijk op te leiden. De oplossing voor de leegstaande winkels was dan ook simpel: de onderwijsinstelling huurt de verbouwde winkelruimte als onderwijs- en praktijkruimte en werkt daarin samen met zorginstellingen, automobielbedrijven, horecabedrijven en sportbedrijven aan de praktijkopleiding van hun studenten. Die opleiding zou studenten na hun studie aan een baan helpen, terwijl de jonge mensen die studeren en werken in de herbouwde winkelstrip zorgen voor nieuw leven in de wijk. Zo werd het ontwerp voorzien van een sociaal, cultureel en economisch verdienmodel.

Multifunctionele matchmaking

Alle ontwerpteams gebruikte de winkels als multifunctionele ruimtes voor sociale, culturele en economische functies om de wijkgedachte nieuw leven in te blazen. In de Doelen werden de vijftien ontwerpen ’s ochtends gepresenteerd via korte pitches. In de middag, tijdens het juryberaad, had de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een matchmaking georganiseerd. Dat werden levendige, multifunctionele gesprekken, waarin de ontwerpteams onderling ideeën uitwisselden, maar ook in gesprek gingen met andere ontwerpers, historici, ontwikkelaars, woningcorporaties, kunstenaars, coaches, herbestemmingsspecialisten, ambtenaren, enzovoorts.

Dat praten blijft nodig om de ideeën tot uitvoering te krijgen, want er zijn veel partijen nodig van uiteenlopend pluimage. Zo bouwde de nummer twee, het ontwerp ‘Wijkstrip’ van Stipo, Joosje van Geest en Van Schagen Architecten, de winkelstrip om tot een zorgcentrum voor de wijk met buurthuiskamer, ruimte voor de wijkverpleging en mantelzorgwoningen. In het ontwerp ‘Winkelstrip en wij(k)gedachte’ van Diederendirrix Architecten en Studio Ossidiana, nummer drie in de prijsvraag, werd de Senecaflat in Amsterdam Slotermeer omgebouwd een multifunctioneel centrum met flexplekken voor zzp’ers, werkruimte voor kleine ondernemers, ontmoetingsruimte voor jongeren en ouderen en fitnessruimte.

Die gesprekken lopen al, en in sommige gevallen was er zelfs al uitzicht op uitvoering van de plannen. Zo werkt het ontwerpteam in Slotermeer al samen met deelgemeente Nieuw-West, Woningcorporatie Stadgenoot, Ondernemershuis Nieuw-West, Ontwikkelaar HHF en De Zakenpartner aan de verwezenlijking. Ook de winnaars met het plan voor het beroepsonderwijs hadden al gesprekken gehad met onderwijsinstellingen en ontwikkelaars. Het leek er dan ook op dat het optimisme over de wijkgedachte uit de naoorlogse jaren in 2015 opnieuw is opgepakt.

Prijswinnaars ‘Werk aan de winkel!’

De prijsvraag ‘Werk aan de winkel!’ leverde drie winnaars op, maar iedere genomineerde ontving een geldbedrag om het ontwerp verder uit te werken:

  1. ‘De buurtwinkel als banenmotor’ van id&dn, ErnstArchitect en dNArchitectuur: € 10.000
  2. ‘Winkelstrip en wij(k)gedachte’ van Diederendirrix Architecten en Studio Ossidiana: € 5.000
  3. Wijkstrip van Stipo, Joosje van Geest en Van Schagen Architecten: € 2.500
  4. 4de t/m 15de prijs: € 1.250
  5. Studio LS ontving een eervolle vermelding voor het ontwerp ‘Boijmans in de buurt’

Downloads:

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.