Is 2015 het jaar van de landschapsbiografie?

Met de meest uitgebreide landschapsbiografie ooit, een wetenschappelijk overzichtswerk en een levendig symposium leek het wel alsof 2015 het jaar van de landschapsbiografie is. Het onderwerp leeft bij landschapshistorici maar ook in de praktijk. Wat kan een landschapsbiografie bijvoorbeeld betekenen voor grote, ruimtelijke projecten als Ruimte voor de Rivier?

Blog voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voor het Jaar van de Ruimte

Je zou kunnen zeggen dat het dit jaar begon op 2 juli toen hoogleraar Landschapsgeschiedenis Theo Spek van de Rijksuniversiteit Groningen in esdorp Zeegse voor een enthousiaste driehonderd mensen de Landschapsbiografie van de Drentsche Aa presenteerde. “Je hebt eeuwenlang een samenhang gehad”, stelde hij. “De natuur in het esdorpenlandschap was een direct product van het landbouwsysteem.” Die rijke historie krijgt nu een plek in een boek dat inhoudelijk maar ook qua uiterlijk indrukwekkend is, met een gewicht van meer dan drie kilo meer dan vijfhonderd rijk geïllustreerde pagina’s.

Historische gelaagdheid

“De biografie laat de historische gelaagdheid van een landschap zien”, legde Spek later uit. “Het oude idee dat er maar één referentiebeeld is, of het cultuurhistorische boerenlandschap uit de negentiende eeuw of de door mensen niet aangeraakte oernatuur, daar moet je nuances in aanbrengen. Zodat je alle tijdlagen in een regio tot uitdrukking kan laten komen. Zo kun je bijvoorbeeld ook de monumenten in hun historische context laten zien, zodat je een grafheuvel in zijn historische landschap kan plaatsen.”

Hendrik Willem Schweickhardt, Landschap met vissers en turfstekende boeren in het laagveen (1783)

Hendrik Willem Schweickhardt, Landschap met vissers en turfstekende boeren in het laagveen (1783)

Dat werd in het boek mooi geïllustreerd door kunstenaar en grafisch vormgever Ulco Glimmerveen die voor vijf perioden fotografische reconstructies maakte van het gebied rond Gasteren. In de laatste ijstijden liepen er rendieren, 7500 jaar geleden groeide er oerbos, in de ijzertijd ontstonden de celtic fields, in de vroege middeleeuwen werd esdorp Gasteren zichtbaar, en rond 1650 is het gebied een esdorpenlandschap met akkers en heideschapen. Fantastische zoekplaatjes. Al die historische lagen zijn ook in het huidige Drentsche Aa-landschap zichtbaar, wat het maakt tot een levend zoekplaatje.

Landschapsbiografieën in maten en soorten

Het concept van de landschapsbiografie is al tientallen jaren oud. Archeoloog Jan Kolen van Leiden Universiteit is in Nederland de grondlegger ervan. Hij schreef er in 1992 zijn eerste wetenschappelijke artikel over, en promoveerde in 2005 op het onderwerp. Kolen stelde dit jaar met hoogleraar Landschap en erfgoed Hans Renes van de Vrije Universiteit het wetenschappelijke boek Landscape Biographies samen, waarin uitgebreid op het sindsdien verder uitgewerkte concept wordt ingegaan. De landschapsbiografie lijkt daarmee een ingeburgerd fenomeen. De Landschapsbiografie van de Drentsche Aa − volgens Spek als de ‘meest uitgebreide en meest interdisciplinaire landschapsbiografie’ − is daarbij een uitzondering met meer dan vijftig meewerkende wetenschappers.

Er zijn al tientallen landschapsbiografieën geschreven, in allerlei maten en soorten. Er zijn in biografieën over landelijke gebieden, over stedelijke groengebieden zoals Amstelland, over steden, en er is zelfs een biografie over de Visserstraat in Breda. In Landscape Biographies staan landsschapsbiografieën over de steencirkel van Avebury, de Utrechtse wijk Buiten Wittenvrouwen, het fabriekscomplex van Carlsberg in Kopenhagen, de stad Shanghai en zelfs het beroemde schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan.

Meer afgewogen beslissing

Met zo’n variatie is het niet verwonderlijk dat er in de vakwereld nog flink wat verwarring is over wat een landschapsbiografie is, en meer bijzonder wat planners, ontwerpers, natuurbeheerders en andere praktijkmensen met een landschapsbiografie kunnen. IJsseliD [ijsselid.nl], een project dat zich bezighoudt met het ontwikkelen van een landschapsbiografie van de IJssel, organiseerde daarom op 9 oktober een symposium in het Kunstenlab in Deventer. “We moeten nagaan wat belangrijk is en dat vertalen en koppelen aan grote projecten”, stelde projectleider Gerard Hendrix van IJsseliD daar.  Daarbij gaat het niet alleen om de wetenschappelijke landschapsgeschiedenis, maar ook om de verhalen van de mensen uit een gebied, de culturele biografie.

Nederland en België op de Tabula Peutingeriana, Romeinse reiskaart uit de derde of vierde eeuw.

Nederland en België op de Tabula Peutingeriana, Romeinse reiskaart uit de derde of vierde eeuw.

Tijdens het symposium kwam een mooi voorbeeld naar voren hoe een landschapsbiografie in de praktijk kan zorgen voor een meer afgewogen beslissing over nieuwe ruimtelijke invullingen. Hendrix vertelde hoe Stichting IJsselhoeven, waarbij IJsseliD is ondergebracht, langs de IJssel de verhalen over de geschiedenis van het gebied boven haalt. Zo werd de rivierboerderij ’t Halfvasten in Cortenoever in 2014 gesloopt, omdat de boerderij buiten de nieuwe rivierdijk zou komen te liggen, die in het kader van Ruimte voor de Rivier werd aangelegd. Daarbij werd volgens Hendrix nauwelijks gelet op de rijke historie van de boerderij, die diende als herberg en laad- en losplaats voor binnenschippers en tot 1959 als startpunt voor de jaarlijkse zwemwedstrijd naar Zutphen. “Als ik geweten had dat bij de Cortenoever zo’n verhaal had gespeeld, dan had ik dat meegenomen”, reageerde Jan de Haan, die voor de provincie Gelderland in het ruimtelijke kwaliteitsteam zat voor de IJssel. “Dan was de boerderij misschien nog verwijderd, maar was er wel een meer afgewogen beslissing gemaakt.”

Gespreksmateriaal voor belanghebbenden

Kolen noemde op het symposium de landschapsbiografie van de Drentsche Aa als een goed voorbeeld van hoe de praktijk het op kan pakken. Sommige auteurs van de landschapsbiografie werkten jaren samen met landschapsarchitect Berno Strootman die werkte aan diverse ontwerpopdrachten in het Drentsche Aa-gebied. “Het is mooi als je gelijktijdig kunt optrekken”, aldus Strootman via de telefoon. “Dan kun je bijvoorbeeld legenda’s op elkaar afstemmen of samen bepalen welke kaartlagen er zijn. Ook kan de ontwerper dan meedenken over de opzet van de landschapsbiografie en de historisch-geograaf over ontwerpopgaven in het gebied. Het hoeven niet altijd dikke boeken te zijn. In het Drentsche Aa-gebied ben ik samen met Theo Spek en Hans Elerie in 2003 begonnen met tien A4-tjes en wat kaarten.” De samenwerking verrijkt volgens Strootman ook de planvorming. “Zonder landschapsbiografie was het een minder verfijnd plan geworden.”

Een geschiedkundige studie kan ook gebruikt worden om in gesprek te gaan met de mensen in een gebied, wat bijna een omkering lijkt van de werkwijze van IJsseliD. Vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werkte stadshistoricus Jaap Evert Abrahamse aan landschapsbiografieën van Amstelland – Atlas Amstelland – en de Amsterdamse Brettenzone – de niet meer verkrijgbare Historische atlas van de Brettenzone. “Een landschapsbiografie is een onderlegger voor de planning, maar ook gespreksmateriaal voor alle belanghebbenden. Als je kijkt naar de hoeveelheid clubs die zich met de Brettenzone bezighouden: dat gaat van bedrijven, de volkstuinvereniging, tot mensen die daar één insect bestuderen. Het hele maatschappelijke spectrum is er vertegenwoordigd. Dus moet je een kennisbasis hebben om mensen met elkaar te laten praten. Daarom moet je in een landschapsbiografie mensen ook aan het woord laten. Dat is in de biografie over de Brettenzone ook gebeurd.”

Levensgeschiedenis van landschap en gemeenschap

De landschapsbiografie is er dus altijd als kennisbasis. Wat daarmee gebeurt is een tweede. Met de atlas die Abrahamse maakte van de Brettenzone, de groenstrook van het Westerpark tot aan Spaarnwoude die nog door Cornelis van Eesteren is bedacht, is volgens Jan Hartog van gemeente Amsterdam nog niet veel meer gebeurt dan de aanleg van de fietsroute van het Brettenpad. Hartog: “Het is een kwestie van tijd of de landschapsbiografie van De Bretten zal een rol kunnen spelen.” De biografie van Amstelland werd door Judith Westerink van Alterra opgepakt in een studie naar de toeristische mogelijkheden van het gebied. “Amstelland staat niet in Zoover, Lonely Planet of Trip Advisor, er is geen informatie over te vinden op Schiphol, er zijn geen arrangementen voor fietsverhuur of molenbezoek. Ja, er is een rondje rond de kaasboerderij, maar er is veel meer mogelijk. De landschapsbiografie laat zien dat Amstelland barst van de verhalen, waarom de Amstel hoger ligt dan de Hoep en die weer hoger dan de Amstelvenerpolder.”

“De levensgeschiedenis van een landschap is er ook eentje van een gemeenschap”, stelde Kolen in zijn afsluiting van het symposium in Deventer. “Die stopt niet, die gaat door. De tijdsdimensie is belangrijk. Alles wat er is, komt uit het verleden. Tegelijkertijd zijn alle zaadjes voor de toekomst nu al in het landschap gezaaid.” Daarmee verwoorde hij tegelijkertijd het ontzag dat mensen hebben voor de geschiedenis maar ook de moeite die ze hebben om alle verhalen uit het verleden in het heden te vertalen. Hij eindigde met een retorische vraag: “Wat was er gebeurd als tien eeuwen geleden mensen in het rivierengebied er niet voor hadden gekozen om dijken te bouwen, maar voor een andere oplossing?” Het landschap is nooit af, de gemeenschap ook niet.

Literatuur

Jaap Evert Abrahamse, Menne Kosian en Erik Schmitz, Atlas Amstelland – Biografie van een landschap, Thoth, ISBN 9789068686074, 34,50 euro.

Jaap Evert Abrahamse, Menne Kosian en Erik Schmitz, Historische atlas van de Brettenzone, Thoth, ISBN 9789068685152, niet meer leverbaar.

Jan Kolen, Hans Renes en Rita Hermans (red.), Landscape Biographies – Geographical, Historical and Archaeological Perspectives on the Production and Transmission of Landscapes, Amsterdam University Press, ISBN 9789089644725, 99,- euro.

http://nl.aup.nl/books/9789089644725-landscape-biographies.html

Het verslag van de kennisbijeenkomst Biografie van het Landschap, die op 9 oktober in Deventer werd georganiseerd.

Esaias van de Velde, Het ponteveer (1622)

Esaias van de Velde, Het ponteveer (1622)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.