Opzet voor een onderzoek naar de relatie tussen landschap en voedsel

Dit is een eerst opzet voor een promotieonderzoek naar de relatie tussen landschap en voedsel. Toen ik hieraan begon, dacht ik dat deze relatie zo logisch was dat ik makkelijk aanknopingspunten zou kunnen vinden voor mijn onderzoek. Dat bleek lastiger dan ik dacht. Ik vond inspiratie in de geschiedenis van de verstedelijking in Europa.

De relatie tussen voedsel en landschap is een actueel thema. Een groeiend aantal mensen verbaast zich net als ik zelf over het feit dat mensen nauwelijks meer een relatie leggen tussen het eten dat op tafel staat en de planten en dieren in het landschap buiten. Er is een brede discussie over voedselzekerheid, klimaatverandering, dierenwelzijn en milieu gaande, met als centraal thema de onthechting van mens en voedsel, maar ook een onthechting van mens en landschap. In mijn werk als journalist ben ik hierin telkens opnieuw verzeild, en als Convivium-leider van de wereldwijde beweging Slow Food heb ik me ingezet om voedsel en landschap weer onder de aandacht van mensen te brengen. Daarom dacht ik dat ik in mijn promotieonderzoek wel op zoek zou kunnen gaan tussen de ontbrekende schakel in de relatie tussen landschap en voedsel.

De wijngaarden van de Verdicchio Matelica van Collestefano.

De wijngaarden van de Verdicchio Matelica van Collestefano.

Dat bleek echter niet zo makkelijk als ik dacht. Ik heb me een tijdje globaal verdiept in de geschiedenis van het landschap en het voedsel via wetenschappelijke disciplines als de historische geografie en ecologie, de geschiedenis van voedsel, de landbouwgeschiedenis, de geschiedenis van Europa en de stedenbouwkunde. Doel was het vinden van een logische onderzoeksoptie om de relatie tussen landschap en voedsel in de geschiedenis te kunnen volgen. Ik kwam tot de conclusie dat er in de literatuur nauwelijks aandacht is voor die relatie. Dat had ik wel verwacht, maar ik had ook de hoop dat er ergens wel iemand anders bezig zou zijn met de gedachtenlijn die ik hanteer. Niemand is immers uniek. Maar helaas…

Gesloten cirkel

Noodgedwongen kom ik zo op een onderzoeksvoorstel voor mijn promotieonderzoek dat begint met een zekere theoretische basis, voordat ik via meer gerichte onderzoeken de geschiedenis in duik. Er is een mooi rond schema te maken dat op een simpele manier laat zien hoe landschap en voedsel met elkaar zijn gerelateerd. In zijn meest simpele vorm is het een sluitende cirkel die loopt van landschap via landbouw naar voedsel en cultuur weer naar landschap. Kijkend naar die ronde cirkel, dan blijkt dat binnen de drie door mij bestudeerde disciplines – de geschiedenis van het landschap, het voedsel en de landbouw – slechts delen van die cirkels worden bekeken.

 

↔ landschap ↔ geografisch milieu ↔ landgebruik ↔ landbouw ↔ verwerking ↔ markt ↔ voedsel ↔ consumptie ↔ eten ↔ smaak ↔ identiteit ↔ cultuur ↔ nationaliteit ↔ polity ↔ landschap ↔
Schema van landschap, landbouw, voedsel

 

Ik zal hieronder allereerst kort beschrijven welke literatuur ik wil gebruiken voor deze meer theoretische analyse van de relatie tussen landschap en voedsel. Daarna zal ik duidelijk maken hoe ik meer in detail wil ingaan op deze relatie.

Landschap

Beginnen we bij het landschap, dan blijkt dat al bij de definitie van dit begrip nauwelijks aandacht is voor de grootste landschapsvormende functie in dat landschap, de voedselproductie en datgene wat mensen eten. Nederlandse onderzoekers[1] geven een mooie analyse van het landschap als een dynamische wisselwerking tussen samenleving en geografie, tussen natuur en cultuur, met daartussen allerlei politieke, juridische, culturele, ethische en esthetische vraagstukken. Kenneth Olwig[2] is daarvoor de belangrijkste inspiratiebron, met zijn opvatting dat er tussen natuur en cultuur een ‘polity’ functioneert die nationale en regionale identiteiten projecteert op het landschap. Geen woord over voedselcultuur en aanverwante zaken.

De geschiedenis van het landschap is minder breed dan deze theoretische bespiegelingen over landschap. In waarschijnlijk het enige brede overzichtswerk over de geschiedenis van het Europese landschap beschrijft Urban Emanuelsson[3] de landschapsontwikkeling vooral vanuit een historisch-ecologische invalshoek. Het is een indrukwekkend boek, maar wat mij betreft is er te weinig aandacht voor de vraag waarom het landschap verandert, alsof dit een autonome ontwikkeling is. Richard Pryor[4] beschrijft de geschiedenis van het Britse landschap weer vanuit een meer archeologische benadering, ook interessant maar opnieuw geen woord over voedsel.

Voedsel

Een vergelijkbaar verhaal is op te hangen over de geschiedenis van voedsel. Er zijn diverse onderzoekers die stellen dat voedsel, en de manier waarop we daarmee zijn omgegaan in de loop van de geschiedenis, elementair is voor de mens. Felipe Fernández-Armesto[5] beschreef in 2001 al op indrukwekkende wijze hoe bijvoorbeeld koken bepalend is geweest voor de manier waarop de mens zich heeft ontwikkeld. Michael Polan ging hier onlangs nog wat dieper op in[6]. Dat lijkt een typische benadering, om voedsel als drijvende kracht te beschouwen achter de ontwikkeling van de mensheid. Higman[7] poneert zelfs 27 claims die moeten bewijzen dat voedsel geschiedenis maakt. Landschap wordt hierbij beschouwd als iets wat door voedselproductie wordt veranderd, wat klopt, maar in het hoofdstuk over honger is er geen sprake van het landschap als beperkende factor voor de voedselproductie. Terwijl het landschap juist het medium is van dynamiek tussen natuur en cultuur.

De geschiedenis van voedsel heeft tegenwoordig wel een aantal brede overzichtswerken. Er zijn diverse algemene wereldgeschiedenissen van voedsel[8]. Belangrijker vind ik het baanbrekende werk van Massimo Montanari[9] die in korte overzichtelijke boeken zijn theorie ontvouwt over de waterscheiding tussen de mediterrane en Atlantische voedselculturen tot en met de middeleeuwen, waarbij het mediterrane dieet van de landbouwproducten graan, olijf en druif wordt afgezet tegen de meer op de bossen en wild vlees gebaseerde jaag- en verzamelcultuur in Noordwest-Europa. Samen met Jean-Louis Flandrin[10] heeft Montanari ook het eerste meer wetenschappelijke overzichtswerk van de voedselgeschiedenis geschreven. Dat er inmiddels ook kritiek is op de wel heel duidelijk uit de Italiaanse voedselcultuur stammende theorie van Montanari blijkt uit een ander breed overzicht van de geschiedenis van voedsel, het zesdelige A Cultural History of Food waaraan talloze historici meewerkte[11].

Ook in deze indrukwekkende stapel literatuur wordt er nauwelijks een verband gelegd tussen landschap en voedsel. In de boven genoemde zesdelige cultuurgeschiedenis van voedsel is in elk deel een hoofdstuk over voedselproductie en voedselsystemen opgenomen. Daarbij is telkens vanuit een bepaald perspectief aandacht voor het landschap. Alfio Cortonesi beschrijft voor de middeleeuwen de gangbare landbouwgeschiedenis, Allen Grieco onderbouwt in het deel over de Renaissance op een mooie manier dat de tegenstelling van Montanari minder groot is dan hij voorstelt, en Govind Sreenivasan beschrijft voor de vroegmoderne tijd mooi hoe de voedselproductie afhankelijk is van de 23 verschillende bodems in Europa en hun vruchtbaarheid en weerstand tegen temperatuur en neerslag. Vooral dat laatste artikel zie ik als een mooi begin van een analyse van de relatie tussen landschap en voedsel.

Europa

Als we kijken naar de geschiedschrijving van Europa, blijkt dat bijvoorbeeld Fernand Braudel[12] er wel in slaagt om duidelijk te maken dat het landschap een construct is van een complex aan dynamische systemen, waarin ook voedsel een rol speelt. In zijn geschiedenis van de Middellandse Zee spreekt Braudel eigenlijk nauwelijks expliciet over landschap, maar ondertussen laat hij wel mooi zien hoe de Middellandse Zee een complex systeem is met tal van dynamische wisselwerkingen tussen bergen, dalen, rivieren, zeeën, enzovoorts. Braudel komt echter weer niet met conclusies over het landschap. Het interessante aan Braudel is ook de nadruk legt op de longue durée, de lange termijn die zichtbaar maakt hoe ontwikkelingen lopen. William McNeill[13] laat op een vergelijkbare manier zien hoe Europa in de loop van de geschiedenis vorm krijgt, als een samenhangend systeem.

Een bijna verlaten cultuurlandschap in de Portugese Serra da Estrela, met hoogproductieve bosbouw.

Een bijna verlaten cultuurlandschap in de Portugese Serra da Estrela, met hoogproductieve bosbouw.

Dit systemische perspectief lijkt kenmerkend voor de geschiedenis van de longue durée, de lange termijn die zichtbaar maakt hoe ontwikkelingen lopen. Dit type geschiedschrijving is voor mij een belangrijke inspiratiebron, niet zozeer door wat het beschrijft, maar eerder door het langetermijnperspectief wat maakt dat je bijvoorbeeld de relatie tussen landschap en voedsel op een heel andere manier gaat benaderen. Meest uitzonderlijke vorm van deze geschiedschrijving is de big history of wereldgeschiedenis, zoals Fred Spier[14] die uitoefent. Het interessante aan Spier is dat hij in zijn wereldgeschiedenis laat zien, dat de klassieke wetten van behoud van energie en massa ook toepasbaar zijn op zoiets als de ontwikkeling van het landschap in Europa. Dit perspectief maakt het logisch om te focussen op de dynamiek van het landschappelijke systeem die gevoed wordt door de contractie en expansie van de voedselproductie.

Landbouwgeschiedenis

Die contractie en expansie komt ook terug in de klassieke landbouwgeschiedenis van Europa die Slicher van Bath[15] schreef. Dit werk is nog steeds actueel, blijkt na herlezing. De landbouw lijkt in dit werk op het medium tussen landschap en voedsel dat zich economisch ontwikkelt tot een steeds complexer systeem, en Slicher van Bath heeft ook aandacht voor regionale verschillen in Europa, bijvoorbeeld in de verkaveling of de graasdierhouderij, maar ook de schommelingen en regionale verschillen in de vleesproductie en -consumptie, wat weer een verband legt met de theorie van Montanari. Voor Nederland is Jan Bieleman[16] de onbetwiste opvolger van Slicher van Bath, met zijn indrukwekkend overzicht van de contractie en de expansie van veeteelt, akkerbouw en andere landbouwsectoren in de diverse Nederlandse regio’s.

Dankzij de meer economische invalshoek is hier weer meer aandacht voor de dynamiek in de relatie tussen landschap en voedsel. Ik zou dit in mijn eigen onderzoek willen gebruiken om in grote lijnen de dynamiek van de relatie tussen landschap en voedsel te beschrijven. Interessant in dit opzicht is opnieuw de graanproductie in de middeleeuwen. Die groeide in de hoogtijdagen van de middeleeuwen, op hetzelfde moment dat van de negende tot de dertiende eeuw een sterke verstedelijking plaatsvond, zo sterk dat de minder belangrijke landbouw – graasdieren en akkerbouw die geen basisvoedsel leverde – ver van de steden opschoof tot in de Schotse hooglanden en tot hoog in de Alpenhellingen, hoger dan de landbouw ooit nog zou komen. Bij het dalen van de graanprijzen gingen boeren hun productie weer diversifiëren, en kwam de bulkproductie van graan dichter om de steden heen te liggen. Die schommelingen zou ik in kaart willen brengen.

Stedenbouwkunde

Via mijn werk aan een boek over de relatie tussen de stedelijke ontwikkeling en het landschap in Europa[17] kwam ik een perspectief tegen dat het me mogelijk maakte om een verband te leggen tussen de geschiedenissen van het landschap, het voedsel en de landbouw. In de stedenbouwkunde is het namelijk al heel lang gewoon om de stedelijke ontwikkeling te vergelijken met een wereldwijd ecologisch systeem. Al in 1915 publiceerde Patrick Geddes zijn boek Cities in Evolution[18]. In navolging van de ‘stedelijke revolutie’ die archeoloog Gordon Childe[19] in 1950 muntte, is er inmiddels veel literatuur over de verstedelijking als een fenomeen dat zich in het systeem van de wereld – of Europa – verhoudt met de ecologisch-geografische basis van het landschap. In een onlangs verschenen bundel essays[20] wordt dit geanalyseerd als ‘explosies’ en ‘implosies’, vergelijkbaar met de vormen van contractie en expansie die ik eerder beschreef.

De literatuur die ik hierboven aanhaal, zal een basis vormen voor mijn theoretische analyse van de dynamiek – explosie/implosie, expansie/contractie – van de relatie tussen landschap en voedsel. Daarbij wil ik nadrukkelijk ook de relatie leggen tussen de ecologie van het landschap en de cultuur van het eten, en zo de hele cirkel rond maken. Daarmee wil ik duidelijk maken dat een goede bestudering van de relatie tussen landschap en voedsel begint bij het ontwikkelen van een dynamisch perspectief op beide fenomenen. Dit wil ik verder uitwerken in twee meer detaillistische studies, waarbij ik enerzijds vanuit het cultuurlandschap van de heide wil kijken naar voedsel en anderzijds vanuit de voedselcultuur van de kaas wil kijken naar het landschap.

Slow Food

Het hele verhaal dat ik in deze studie wil uitdiepen, heeft een nauwe verwantschap met de filosofie van Slow Food, de wereldwijde beweging die zich inzet voor lekker (smaak, ambacht), puur (milieu, natuur, landschap) en eerlijk (geld voor iedereen) eten[21]. Die filosofie vormt de kern van veel hedendaagse cultuurkritiek op de manier waarop we tegenwoordig met ons voedsel omgaan. Zelf ben ik actief lid van deze beweging, maar ik ben kritisch op het vaak romantische beeld wat Slow Food voorspiegelt van een verleden waarin alles beter was. Vooral in de cases wil ik hier de nadruk op leggen.

Heidelandschappen en voedsel

Heidelandschappen worden in Europa tegenwoordig beschouwd als non-productieve landschappen, als waardevolle natuur die beschermd moet worden. Ironisch genoeg was die heide heel lang een onderdeel van een productief landbouwsysteem dat ervoor zorgde dat de heidelandschappen via grazen, branden en plaggen als het ware werd vastgezet in één ecologische successiefase in de ontwikkeling naar een volgroeid bos, namelijk een voedselarm zandgebied met heidebegroeiing die zich daar kon handhaven. In het huidige heidebeheer zijn wel de technische beheermethoden van grazen, branden en plaggen opgepakt om successie van de heide te voorkomen, maar het productieve karakter van het heidelandbouwsysteem – een soort cradle to cradle avant la lettre – is verdwenen. Heidelandschappen staan daarmee symbool voor allerlei andere traditionele cultuurlandschappen in perifere gebieden die als non-productief worden beschouwd. Er dreigt een tweescheiding te ontstaan van productieve en intensief bewerkte landbouwlandschappen en ‘rewilding‘-natuur oftewel tot wildernis omgetoverde cultuurlandschappen.

In Europa liggen heidelandschappen vooral in het noordwesten, van de westkust van Noorwegen via de Hebriden en Schotland verder richting Zuid-Engeland en West-Frankrijk en vandaar via Spanje naar Portugal. Ik zou willen onderzoeken welke voedselculturen of voedselcultuur er is te vinden rondom deze landschappen, en hoe die zich hebben ontwikkeld in de loop van de geschiedenis. Hiervoor zou ik graag een analyse maken van de huidige productie en de historische productie, en hoe die zich verhoudt tegenover de groeiende voedselculturen in Europa. Vanuit dit perspectief wil ik vervolgens kijken wat nu de cultuur van het heidelandschap is, wat dat zegt over het landschap, en welke relatie er ligt met voedsel. Deze studie is ook een verkenning van de onthechting die plaatsvindt als het gaat over landschap en voedsel; schaapherders kunnen slechts met moeite en voor weinig geld de schapen verkopen die de heidebegrazing niet meer aan kunnen, waardoor die schapen eigenlijk afval zijn van het natuurbeheer[22]. De vraag is dus ook of we de non-productieve, als natuur beschouwde landschappen niet beter kunnen inzetten voor de voedselvoorziening en de voedselzekerheid in Europa.

Kaas en landschap

Kaas is een van de (of misschien wel het) oudste processed foods, en daarmee een belangrijke voorloper van de huidige levensmiddelenindustrie. Zo’n drieduizend jaar nadat het mensen lukte om schapen en geiten te domesticeren, die allereerst voor hun vlees en hun huiden werden gehouden, slaagden mensen erin om deze dieren te melken[23]. Opvallend genoeg was dit in een periode waarin de landbouw in de Levant de grote bevolkingsgroei nauwelijks kon volgen. Overmatige landbouwkundige productie putte het landschap uit en leidde tot bodemdegradatie, ontbossing en verdroging. De bevolking ging daardoor over tot een pastorale vorm van landbouw met grazende kuddes schapen en geiten voor de productie van melk, vlees en huiden.

Deze eerste productie van kaas laat zien hoe inzichtelijk de geschiedenis van kaas is als het gaat om de relatie tussen landschap en voedsel. De landbouwhuisdierrassen die mensen in de loop van de geschiedenis zouden inzetten voor melkproductie werden namelijk meestal gekozen om hun geschiktheid in een bepaald landschap. Ryder noemt schapen niet voor niets ‘universal provider’[24], want de robuuste landbouwhuisdieren waren productief in zowel vruchtbare als arme landschappen en in zowel warme als koude klimaten. Tegenwoordig wordt eigenlijk overal kaas gemaakt, van de zeer vruchtbare weidegebieden in Nederland of Noord-Italië tot in perifere berggebieden.

Kaas wil ik in deze studie analyseren als een uiting van een voedselcultuur, om vanuit dit perspectief te kijken naar het landschap. Twee perfecte cases zijn wat dat betreft de Goudse kaas en de Parmigiano Reggiano. De Goudse kaas werd oorspronkelijk geproduceerd met zwartbont vee in het veenweidegebied rondom Gouda in Nederland, maar is inmiddels de naam voor een wereldwijd gebruikt industrieel procedé voor volvette kaasproductie. De Parmigiano Reggiano is wel een regionaal geproduceerd product gebleven, met Rode Reggiano-koeien in de regio rondom Parma. Een vergelijking kan volgens mij licht doen schijnen op de relatie tussen landschap en voedsel. De grote vraag is ook of de totaal verschillende voedselculturen van Nederland en Italië hierbij een rol spelen.

Veenweidegebied bij Gouderak.

Veenweidegebied bij Gouderak.

 

De vergelijking tussen Goudse kaas en Parmigiano Reggiano is interessant, omdat het erop lijkt dat het landschap een belangrijke rol heeft gespeeld. Het grote verschil is dat de Goudse kaas al heel vroeg een exportproduct was voor de Engelse en Franse Markt[25]. Toen de eerste Goudse kazen werden geproduceerd, lag er in het Hollandse landschap al een zeer efficiënt transportnetwerk van vaarten en dijken tussen sterk groeiende handelssteden. Dit was een onvoorzien gevolg van de akkerbouw die groeide tussen de opkomende steden in de vroege middeleeuwen, maar die ook zorgde dat de veenbodem begon in te klinken. Daardoor was de aanleg van vaarten en dijken noodzakelijk en moesten boeren overstappen op melkvee[26]. Toen dat was gebeurd, lag de weg naar de rendabele export van kaas en boter naar Frankrijk en Engeland open. Daarmee was de Goudse kaas al heel vroeg een wereldmerk, terwijl de Parmigiano Reggiano lange tijd een kaas was voor de regionale markt. Pas aan het einde van de twintigste eeuw werd de Parmigiano Reggiano een wereldmerk, onder meer vanwege zijn regionale kwaliteiten, bijna als een regionale tegenhanger van de geglobaliseerde Goudse kaas. Interessant is dat ook in de Goudse kaas de laatste decennia allerlei lokaal en regionaal geproduceerde kazen opkomen; twee vormen van Goudse kaas hebben ook een beschermde regionale status gekregen.

Naast twee kazen uit hoogproductieve, vruchtbare en toegankelijke gebieden wil ik ook twee kazen kiezen uit perifere gebieden. Ook hier wil ik twee landen kiezen die verschillen in voedselcultuur – bijvoorbeeld Engeland en Frankrijk, omdat daarover een interessante vergelijkende studie is verschenen van Stephen Mennel[27]. De keuze van de kazen heb ik echter nog niet helemaal voor elkaar. Hierbij kan bijvoorbeeld de Ark van de Smaak[28] van Slow Food eventueel helpen, als verzameling van ‘bedreigde voedselproducten’.

Conclusie

Wat ik ga concluderen, weet ik natuurlijk niet. Ik wil wel proberen om de historische lijnen die ik analyseer en de relaties die ik leg op te pakken in een analyse van de onthechting van mens, voedsel en landschap. Ik hoop in ieder geval dat het onderzoek me intellectueel kan scherp slijpen om in de hele brede en onoverzichtelijke discussie over voedsel en landschap de nodige wijze woorden te kunnen schrijven of spreken.

[1] Bloemers, J.H.F. & Wijnen, M.H. (2001) Bodemarchief in behoud en ontwikkeling. De conceptuele grondslagen. Den Haag: NWO. ISBN: 9070608758.

[2] Olwig, Kenneth (1984) Nature’s Ideological Landscape. A Literary And Geographic Perspective On Its Development And Preservation On Denmark’s Jutland Heath. Crows Nest: Allen & Unwin. ISBN: 9780047100024. Olwig, Kenneth (2002) Landscape, Nature and the Body Politic. From Britain’s Renaissance to America’s New World. Minneapolis: University of Wisconsin Press.

[3] Emanuelsson, Urban (2009) The Rural Landscapes of Europe. How Man has Shaped European Nature. Stockholm: Formas. ISBN: 9789154060351.

[4] Pryor, Francis (2010) Making of the British Landscape. London: Penguin.

[5] Fernández-Armesto, Felipe (2001) Food. A History. London: Macmillan.

[6] Polan, Michael (2014) Cooked. A Natural History of Transformation. London: Penguin. ISBN: 9781594204210.

[7] Higman, B.W. (2012) How Food Made History. Chichester: Wiley-Blackwell.

[8] Civitello, Linda (2003) Cuisine and Culture. A History of Food & People. New York: Wiley. Tannahill, Reay (1988) Food in History. New York: Three River Press.

[9] Ik noem hier alleen: Montanari, Massimo (1994) The Culture of Food. Cambridge, Massachussets: Blackwell. ISBN: 0631202838. Vertaling van: (1993) Fame e l’abbondanza. Storia dell’alimentazione in Europa. Roma: Laterza. Montanari, Massimo (2006) Food is Culture. New York: Columbia University Press. ISBN: 9780231137904.

[10] Flandrin, Jean-Louis & Montanari, Massimo (eds.) (2000) Food. A Culinary History. New York: Columbia University Press. ISBN: 9780231111553. Vertaling van: (1996) Histoire d’alimentation. Rome: Laterza.

[11] Parasecoli, Fabio & Scholliers, Peter (eds.) (2012) A Cultural History of Food. London: Berg.

[12] Braudel, Fernand (1992) De Middellandse Zee en de mediterrane wereld ten tijde van Filips II.  Amsterdam: Contact. Vertaling van: (1966) La Méditerranée et le monde méditerranéen à l’époque de Philippe II. La part du milieu. Paris: Arman Colin.

[13] McNeill, William (1974) The Shape of European History. Oxford: Oxford University Press

[14] Spier, Fred (2011) Big History and the Future of Humanity. Oxford: John Wiley.

[15] Slicher van Bath, Bernard (1960) De agrarische geschiedenis van West-Europa (500-1850). Utrecht: Spectrum.

[16] Bieleman, Jan (2008) Boeren in Nederland. Geschiedenis van de landbouw 1500-2000. Assen: Boom.

[17] Woestenburg, Martin & Timmermans, Wim (2015, in preparatie) Gewortelde steden. Wageningen: Blauwdruk.

[18] Geddes, Patrick (1915) Cities in Evolution. London: Williams & Norgate.

[19] Childe, Gordon (1950) The Urban Revolution. In: The Town Planning Review, vol. 21, nr. 1, p. 3-17.

[20] Brenner, Neil (ed.) (2013) Implosions/Explosions: Towards a Study of Planetary Urbanization. Berlin: Jovis.

[21] Slow Food Manifesto for Quality, http://slowfood.com/_2010_pagine/com/popup_pagina.lasso?-id_pg=122.

[22] Zelf heb ik dit gegeven uitgewerkt in het project Daarom eten we schaap (www.daarometenweschaap.nl). Zie ook: Woestenburg, Martin & Boers, Bart (2013) That is Why We Eat Sheep. In: Diemont, Herbert, Heijman, Wim, Siepel, Henk Webb, Nigel (2013) Economy and Ecology of Heathlands. Zeist: KNNV Uitgeverij.

[23] Kindstedt, Paul S. (2012) Cheese and Culture: A History of Cheese and Its Place in Western Civilization. Vermont: Chelsea Green. P.9.

[24] Ryder, M.L., (1983) Sheep & Man. London: Duckworth.

[25] Vernooij, Aad, Hard van binnen, rond van fatsoen. Geschiedenis van de Nederlandse kaas. Wormer: Inmerc.

[26] Rutte, Reinout & Abrahamse, Jaap Evert (ed.). 2014. Atlas van de verstedelijking in Nederland. 1000 jaar ruimtelijke ontwikkeling. Bussum: Thoth.

[27] Mennel, Stephen (1985, 1996) All Manners of Food. Eating and Taste in England and France from the Middle Ages to the Present. Chicago: University of Illinois Press.

[28] http://www.slowfoodfoundation.com/ark

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.