Is het Friese landschap wel zo Fries?

“Verandering is het enige onveranderlijke in het landschap”, citeert landschapsarchitect Peter de Ruyter zijn leermeester Alle Hosper. “Oftewel: het heeft weinig zin om ontwikkelingen tegen beter weten in tegen te houden. Het is veel interessanter om te onderzoeken hoe economische en andere ontwikkelingen de diversiteit en de kwaliteit van het landschap kunnen versterken.” Ziedaar de ambitie achter het boek ‘Vloeiend landschap’.

Landwerk juni 2016

De Ruyter hanteert een heldere strategie. Het Friese landschap wordt zo gewaardeerd, omdat het uit landschappen van verschillende snelheden bestaat. Hij noemt als voorbeeld het verschil tussen het snelle landschap van de A7 tussen Heerenveen en Sneek tegenover langzame landschap van het bijkans onbereikbare dorpje De Veenhoop. Daartegenover staat een ontwikkeling die zorgt voor het homogeniseren van dat landschap. “De boosdoeners: anonieme bedrijventerreinen, willekeurig geplaatste windturbines in alle soorten en maten, uniforme weilanden.”

De problemen van het Friese landschap zijn niet per se Fries van aard. In ‘Vloeiend landschap’ schrijft De Ruyter over leegstaande melkfabrieken, melkpoeder voor Chinese en gruttomelk voor Nederlandse consumenten, het verdwijnen van veenweidegebieden, de wildgroei aan bedrijventerreinen, windmolens, de relatie tussen zoet en zout water en de burgerparticipatie – ‘mienskip’ in het Fries. Het zijn allemaal lokale ruimtelijke opgaven in een internationale context, waarin het constant zoeken is naar een balans tussen efficiency en ‘mienskip’.

De ambitie van De Ruyter om een landschap met zoveel mogelijk verschillende snelheden te ontwikkelen onder de hoge druk die zorgt dat alles vloeiend wordt, vertaalt hij zonder direct stelling te nemen maar ook zonder kool en geit te sparen in mooie verhalen over plekken die deel uitmaken van een landschap dat weer past in het grotere geheel van de wereld. Daarom is het boek ook zeer waardevol voor mensen die elders in Nederland (of Europa) bezig zijn met landschap en de onveranderlijke verandering die daar plaatsvindt. Dat hij deze verhalen over Friesland schrijft, zal ongetwijfeld te maken hebben met zijn jaren als directeur van het provinciale adviesorgaan Atelier Fryslân.

Het meest Friese onderwerp in ‘Vloeiend landschap’ is zonder meer het verhaal rondom het project Holwerd aan Zee, waarin met het doorsteken van de Waddijk de relatie tussen zout en zoet wordt hersteld in een traditioneel kwelderlandschap. Het refereert aan de historie van de Friezen die in de middeleeuwen heersten over de kustlandschappen van Denemarken tot België, als een volk dat leeft met het water. Tegelijkertijd is het een verhaal over een cultuuromslag, waarin de Friezen zich niet langer verbergen achter hoge Waddijken ter verdediging tegen het opschuimende water, maar juist het Werelderfgoed van de Waddenzee als een onlosmakelijk onderdeel van het Friese landschap. Volgens De Ruyter wordt de ‘Holwerter mienskip’ via dat werelderfgoed weer een schakel tussen zout en zoet in plaats van de plek waar vaarten op de Waddijk doodlopen.

Het interessante aan ‘Vloeiend landschap’ is hoe De Ruyter er telkens in slaagt om alle verschillende snelheden in het landschap te benoemen – als een vaak persoonlijke waardering van het landschap –om die daarna met elkaar te vervlechten tot een landschappelijke toekomstvisie, waarin alle snelheden hun plek krijgen. De Ruyter zoekt een plek voor de gruttomelk en voor de melkpoeder voor de Chinese markt, voor de windmolens in een energielandschap met zonnepanelen en energie uit zoet en zout water, voor industrieel en agrarisch erfgoed en voor goed ingepaste bedrijventerreinen.

De Ruyter pleit voor een ‘iepen mienskip’ als basis voor de zoektocht die hij in ‘Vloeiend landschap’ beschrijft, een ‘open gemeenschap’ met de provincie en gemeenten  die duidelijke maar open kaders stellen en de mensen zelf die op een zelfde open manier vanuit hun belang samenwerken aan een mooi Fries landschap. Elke tien jaar zo’n boek, dat wilde de uitgever, schrijft De Ruyter in zijn nawoord. Doen, zou ik zeggen.

Peter de Ruyter, ‘Vloeiend landschap. Over de toekomst van het Friese landschap.’ Bornmeer, ISBN 9789056153700, 19,50 euro.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.