Ook landschap is onderhevig aan mode

Kunstproject ‘Objectief Nederland’ laat zien hoe landschap en kunst verandert

Het kunstproject ‘Objectief Nederland’ uit 1974 is medio 2017 ineens interessant voor experts in landschap en erfgoed. Opnieuw worden 208 foto’s gemaakt op 52 plekken. Dit past in de hernieuwde aandacht voor landschap die LandschappenNL nastreeft met het Landschapsobservatorium. Het laat goed zien hoe moeilijk het is om objectief naar landschappelijke veranderingen te kunnen kijken.

Landwerk, mei 2017

‘Wat is het landschap van de toekomst?’ Dat is de vraag die centraal staat in de Landschapstriënnale die in september wordt georganiseerd in PARK21 in de Haarlemmermeer. Daar worden de resultaten gepresenteerd van het kunstproject ‘Objectief Nederland’. Cleo Wächter fotografeerde daarin opnieuw de landschapsfoto’s die Reinjan Mulder maakte. In opdracht van Rijksadviseur voor Fysieke Leefomgeving Berno Strootman reisde Wächter in 2017 de 52 plekken langs die Mulder in 1974 bezocht.

Precies dezelfde plek

In februari, terwijl een waterkoud en flets zonnetje met moeite door de grijze wolken kiert, liep ik mee met de fotografen over een breed zandpad met bandsporen van enorme machines tussen de Meesterwijk en de Grietmanswijk even ten noordwesten van Bovensmilde. Er lagen enorme hopen zand, en overal stonden bordjes ‘Rustgebied’ van Natuurmonumenten. Er was mobiel bereik, en op de smartphones was te zien dat we vlakbij de grens van Drenthe en Friesland liepen en in de richting van het Fochteloërveen.

Wächter wilde hier vier foto’s nemen, omdat dit precies dezelfde plek was waar Mulder in 1974 vier foto’s nam. Ze had met de kaarten die Mulder in 1974 maakte om hier foto’s te nemen, de gps-coördinaten berekend en daardoor op haar smartphone de juiste plek lokaliseren. We zagen tijdens onze wandeling uit over een zandwinningsplas in het zuiden en in het noorden het Kolonieveld, onderdeel van het Fochteloërveen.

Noord, oost, zuid en west

Om precies dezelfde plek te vinden, bladerden Wächter en Mulder naar de foto’s uit het boek ‘Objectief Nederland’ dat Mulder in 1974 maakte. De waterplas is nieuw, concludeerden ze, evenals één van de boerderijen die te zien is, maar er zijn nog bomenrijen, bosjes en andere boerderijen die duidelijk maken waar precies de plek is waar Wächter haar statief moest plaatsen. Ze schiet foto’s richting noord, oost, zuid en west, net zoals Mulder in 1974 deed.

Het kunstproject sloot aan bij andere initiatieven die meer aandacht vragen voor het landschap. LandschappenNL is in 2010 begonnen met een landelijk meetnet voor de veldinventarisaties van meer dan vijftigduizend kleine landschapselementen, en is met acht partners in 2015 het Landschapsobservatorium (zie kader) opgericht als ‘vindplaats waar gegevens over het landschap en de ontwikkelingen ervan worden weergegeven’.

Landschapsobservatorium

Het volgen van veranderingen in het landschap is belangrijk, stelde Strootman tijdens het internationale symposium over Landschapsobservatoria in februari, maar die veranderingen zijn moeilijk te volgen omdat het vaak langzame en langdurige processen zijn. Naast de traditionele landschappelijke veranderingen, zoals verstedelijking en infrastructuur zijn er ook nieuwe ontwikkelingen die hun sporen achterlaten, zoals nieuwe vormen van voedsel- en energieproductie. Bijkomend probleem is dat de monitoring van landschap versnipperd is over diverse overheden en andere organisaties.

Het project van Wächter en Mulder laat zien hoe moeilijk deze landschappelijke veranderingen vast zijn te leggen. Mulder noemde zijn project in 1974 ‘Objectief Nederland’, omdat hij in zijn foto’s alle subjectieve keuzes wilde uitbannen. Door op 52 over heel Nederland verspreid liggende plekken vier foto’s te maken richting noord, oost, zuid en west wilde hij een beeld geven van Nederland. Tot zijn spijt werd het project in die tijd nauwelijks opgepakt. Nu is er hernieuwde interesse. “Het begon als kunstexperiment in de tijd van land art en conceptuele kunst. Nu is er veel interesse vanuit de erfgoedsector.” Mulder schonk de foto’s aan het Rijksmuseum, dat er in 2016 een tentoonstelling aan wijdde, en dat leidde weer tot de opdracht om de fotografische rondreis door Nederland te herhalen.

Mijn eigen tijdperk

Om zo objectief mogelijk te kunnen kijken, legde Mulder een grof raster over de kaart van Nederland, waarop hij 52 kruispunten maakte. Van de bij deze punten passende topografische kaarten koos hij vervolgens precies het centrum: daar was de plek waar hij de foto’s nam. Dat objectieve karakter, daar is achteraf gezien wel wat op af te dingen, vertelt Mulder. Mulder fotografeerde in zwartwit met zijn Rolleiflex-camera vanaf statief. “Het was de tijd van Ed van der Elsken en John van der Keuken. De fotografie moest niet te netjes of mak, maar met grove korrel op hard papier, en dan doordrukken. We wilden een soort hardheid, rauwheid, het doet wat aan etsen denken.”

Waar Mulder in de jaren zeventig schatplichtig was aan de toen geldende trends en modes in fotografie en kunst, werkt Wächter in het digitale tijdperk. Zij fotografeert ook van statief, maar ze gebruikt een moderne, digitale spiegelreflexcamera, en de digitale beelden zijn en blijven in kleur. “Ook ik probeer te spreken in een visuele stijl die bij mijn eigen tijdperk past”, verklaart ze. De jonge fotografe is, meer dan Mulder, bezig met het landschap. “Ik ben afgestudeerd op het grensvlak tussen wetenschap en kunst, dus dit project past daar heel mooi bij.” Zo fotografeerde ze voor haar project ‘Anthropocene: Mapping the new geology of the Netherlands’ geologische processen die maximaal tachtig jaar duurden.

Spectaculaire veranderingen

Wat is nu eigenlijk na 44 jaar veranderd? Mulder: “Als je objectief kijkt, heb je geen oordeel. Wat opvalt – maar ik ben geen landschapsexpert – is dat Nederland mooier is geworden. Er is veel meer bos en natuur, en dat is een goed teken als je van natuur houdt.” Wächter: Ik zie dat er zowel meer natuur als bebouwing is gekomen. Het gaat twee kanten op.” Ze wijst op de vele borden die tegenwoordig overal te zien zijn, zoals het bordje ‘Rustgebied’ bij de zandwinningsplas. “Opvallend ook is dat er ook nu nog ‘in het wild’ nauwelijks mensen te zien zijn in het landschap”, aldus Mulder. “En ook heel weinig auto’s en fietsen.”

De foto’s van Wächter en Mulder laten op veel plekken veranderingen zien die Mulder zelfs ‘spectaculair’ noemt. “Een paar saaie, lege veldjes zijn nu volgebouwd. Op veel plaatsen staan nu windmolens. En langs de vroeger verlaten kust bij Delfzijl staat nu een enorme energiecentrale. Verrassend genoeg bleek elk plekje uit onze steekproef nog steeds bereikbaar, en was geen ervan inmiddels bebouwd.”

‘Door mensen waargenomen’

Het nieuwe project wordt nu met veel interesse gevolgd door experts in erfgoed en landschap, maar is vooral nog een soort hertaling en een zo ‘objectief’ mogelijke benadering van het 44 jaar oude kunstproject. De foto’s uit 2017 tonen net als de foto’s uit 1974 een tijdsbeeld van de heersende trends en modes in de kunst en fotografie. Daaruit blijkt dat 208 beelden van 52 locaties heel veel verklarende woorden nodig hebben om niet alleen de fysieke landschappelijke veranderingen te begrijpen, maar ook de tijdsgebonden manier van kijken en het gebruik van technieken om die veranderingen vast te leggen.

Komt dit overeen met de definitie van landschap die bijvoorbeeld het Landschapsobservatorium hanteert aan de hand van de Europese Landschapsconventie? Daarin staat dat een landschap is: “een gebied, zoals dat door mensen wordt waargenomen, waarvan het karakter bepaald wordt door natuurlijke en/of menselijke factoren en de interactie daartussen”. Landschapsarchitect en opdrachtgever Strootman gaat de foto’s becommentariëren vanuit landschappelijk oogpunt. Dat commentaar zal uit oogpunt van compleetheid welhaast een cultuurgeschiedenis moeten zijn over landschap, waarnemen, fotografie, kunst, enzovoorts. Ook landschap is onderhevig aan mode en trends.

‘Objectief Nederland’ wordt gepresenteerd tijdens de Landschapstriënnale 2017 ‘Het volgende landschap’ tussen 1 en 30 september. Meer informatie: https://landschapstriennale.com.

KADER: Landschapsobservatorium

Het Nederlandse Landschapsobservatorium (www.landschapsobservatorium.nl) komt voort uit de Europese Landschapsconventie, die Nederland in 2005 ondertekende en ratificeerde. De bedoeling van het Nederlandse Landschapsobservatorium is dat de verzamelde gegevens ook daadwerkelijk gebruikt worden voor landschapsbeleid, maar ook voor de bewustwording bij het publiek.

Tijdens het congres liet Pere Sala i Martí van het Observatori del Paisatge Catalunya (http://www.catpaisatge.net) zien dat men in Catalonië al een paar stappen verder zijn. Zo heeft het in 2005 opgerichte landschapsobservatorium al ‘landschapscatalogi’ voor zeven regio’s samengesteld, van de kuststreek van het Camp de Tarragona tot de bergen van de Terres de Lleida. Er is een kaart met alle 134 landschappen van Catalonië. En er zijn kwaliteitsdoelstellingen vastgelegd.

Volgens Sala i Martí wordt zo met beperkte middelen de Europese Landschapsconventie vertaald naar ruimtelijke planning. De landschapscatalogi, de kaart en de kwaliteitsdoelen vormen de basis voor landschapsrichtlijnen voor lokale initiatieven, wat is vastgelegd in een Landschapswet. Het observatorium legt in projecten ook verbanden met zaken als voedselproductie, toerisme en gastronomie, en zet de kennis in voor onderwijs aan middelbare scholen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.