Berichten

Winkelstrip wordt drager van optimistische wijkgedachte

/
Winkelcentra in naoorlogse wijken kampen met leegstand en verloedering, maar kunnen evengoed gebruikt worden om de wijken nieuw leven in te blazen. Dat bleek tijdens de prijsuitreiking van de door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed georganiseerde prijsvraag over de herbestemming van zulke winkelcentra. De winnaars van de prijsvraag zien het winkelcentrum als banenmotor.

Delai Sam-stedenbouw

/
Delai Sam' betekent 'doe het zelf' in het Russisch. En volgens de auteurs van het boek We Own the City is dat precies wat er gebeurt: overal ter wereld nemen bewoners van steden het heft in handen, van kleinschalige buurtprojecten tot grootschalige stedelijke hervormingen. In het boek laten ze zien hoe de traditionele, top-down stedenbouw en -planning hiermee omgaan. We Own the City is een bijzonder boek, omdat het niet alleen voorbeelden bevat van doe het zelf-stedenbouw uit steden die wel vaker als voorbeeld voor de stedelijke participatiesamenleving worden gezien, zoals New York en Amsterdam, maar ook uit steden die te maken hebben met een minder op participatie ingestelde samenleving, zoals Moskou en Hong Kong.

Platteland verdwijnt uit dorp

/
Het boek Rural Urban Framework begon met een reis van Hong Kong naar een plattelandsdorp op de grens van de provincies Guangdong en Guanxi, door een 'landschap in een staat van incompleetheid en transitie'. Hoewel er vooral wordt gesproken en geschreven over de enorme veranderingen in de grote steden van China lijkt het op het platteland niet anders te gaan. De architecten Joshua Bolchover en John Lin van de universiteit van Hong Kong richtten daarom het onderzoeks- en ontwerpcollectief Rural Urban Frameworks op.

Flexibel is stapje voor stapje

/
Eindelijk eens een hoopvol boek over leegstand en krimp. Tom Bergevoet en Maarten van Tuijl van temp.architecture hebben een handleiding willen schrijven voor de omgang met deze actuele fenomenen – en dat is ze gelukt. Resultaat is een nuchter en praktisch boek – met procesmatige, juridische, financiële en ruimtelijke instrumenten en een flink aantal aansprekende voorbeelden ­– dat tegelijkertijd een ideëel pleidooi is voor wat de auteurs noemen de flexibele stad.

Bombardementen geven lucht

/
'Je huilt niet over je broek als die versleten en vol met gaten is, je koop gewoon een nieuwe.' Dat was de reactie van schrijver Alexander Döblin, van de beroemde roman 'Berlin Alexanderplatz', op de ingrijpende reconstructie van de Alexanderplatz, waarbij grote delen van de bestaande bebouwing werden gesloopt om plaats te maken voor iets compleet nieuws. Het is een van de citaten waarmee de auteurs van A Blessing in Disguise duidelijk willen maken dat de vernietiging van stadscentra door de aanhoudende luchtaanvallen tijdens de Tweede Wereldoorlog stedenbouwkundig niet eens zo slecht was. Het zorgde voor lucht in de volgebouwde steden.

Houten groen omarmen

/
Blauwe Kamer, augustus 2013 - Robert Derks is meer dan veertig jaar betrokken geweest bij de ruimtelijke ontwikkeling van Houten. In Het groen omarmd beschrijft hij minutieus de manier waarop dit kleine stadje groeikern werd, en daarna werd omkranst door talloze Vinex-wijken. Daarmee ligt er prachtig studiemateriaal voor studenten stedenbouwkunde, want Derks beschrijft stapje voor stapje hoe bijvoorbeeld de historische kern met 34 wijkjes en projectjes werd uitgebreid en hoe de Vinex-wijk Houten Zuid in zo te tellen achttien verkavelingen werd opgedeeld.

De einder groen, de ruimte gratuit

/
Turnhout is een onopvallende stad in het centrum van de Belgische Kempen. Grappig genoeg is juist in het meest groene deel van het stadscentrum af te lezen waarom deze veertigduizend inwoners grote nederzetting al achthonderd jaar een stad is. In de groene lusthof van de Warande staat namelijk het kasteel van de Hertogen van Brabant die Turnhout in 1212 stadsrechten verleenden. Behalve het kasteel – nu het stadshuis is van de zelfbenoemde hoofdstad van de Kempen – staat hier ook het daarmee detonerende betonnen Cultureel Centrum uit 1972, dat Turnhout tot cultureel centrum maakte van de regio.

Praktisch dromen

/
Er wordt veel gesproken over het tijdelijk gebruik van plekken in de stad, vaak om een stad efficiënter te gebruiken en ondernemerschap te stimuleren. Maar al in de introductie van het boek Urban Catalyst wordt duidelijk dat stadsbestuurders geen dollartekens in de ogen moeten krijgen en denken dat het tijdelijk gebruik van stedelijke ruimtes een lekkere oppepper is voor de creatieve economie. ‘Tijdelijk gebruik onderbrengen onder de noemer “creatieve economie” betekent ook dat alleen de ondernemende tijdelijke gebruikers erkend en ondersteund worden. Maar efficiency is niet het doel van alle tijdelijke gebruikers.” Het geeft maar aan dat de auteurs best willen dromen over de nieuwe trend van tijdelijk gebruik, maar vooral aangenaam praktisch blijven.

Stadslandbouw vergt integratie

/
Stadslandbouw is een – niet zo'n – nieuwe trend in de stedenbouw. In steden als Rotterdam en Arnhem zijn stedelijke plekken geannexeerd door guerrilla gardening door enthousiastelingen die een economische, sociale, culturele en duurzame toekomst zien in landbouw in de stad. De reacties zijn wisselend, van een cynisch afwijzen van de stadslandbouw omdat die geen rol van betekenis speelt in de voedselvoorziening tot een idealistische hoop dat diezelfde stadslandbouw de stad economisch, sociaal en cultureel versterkt.